4 november van Queenstown naar Tullah
In de ochtend hebben we Queenstown wat beter bekeken. Het is geen mooi plaatsje, maar er zijn wel een paar leuke dingen te zien. Alles in Queenstown staat in het teken van de mijn, de spoorlijn en de bosbouw. Rond 1900 is het plaatsje ontstaan, na de ontdekking van de aanwezigheid in de bodem van ijzer, koper, goud en zilver. In die tijd is de spoorlijn aangelegd van Queenstown naar het havenplaatsje Strahan. De spoorlijn is een aantal jaren geleden geheel gerenoveerd en dagelijks kunnen toeristen een reisje van 5 uur maken met een replica stoomtrein naar Strahan. Pas In 1932 is de weg van Hobart naar Queenstown voltooid en kwamen er voor het eerst auto's in de straten van Queenstown. Verschillende hotels uit de glorietijd van de goudzoekers zijn verdwenen, maar in de hoofdstraat staat nog een vervallen hotel dat dateert uit die tijd.
Alles wat er in de loop der jaren met de mijn en de trein is gebeurd is terug te vinden in een klein museum in het stationsgebouw. Veel aandacht is besteed om de mijnramp van 1912, waarbij 42 mijnwerkers omkwamen, levend te houden. Veel mijnwerkers raakten door een overstroming ingesloten. Er moest hulp en hulpmaterialen uit Melbourne komen voor de reddingsactie. Door het stormachtige weer en de hoge zee in de Bass Street, de zee tussen Melbourne en Tasmanië, duurde het enige tijd voordat met de redding begonnen kon worden.
Tien minuten rijden buiten Queenstown ligt de Tasmanian Special Timbers. Deze houtzagerij en houthandel hebben we bezocht en hebben daar ook nog twee stukken Huon Pine gekocht. Deze prachtige houtsoort wordt steeds zeldzamer. De Huon Pine is een beschermde boomsoort, groeit nog maar op enkele plekken en mag niet meer gekapt worden. Deze bomen groeien alleen op Tasmanië en zijn pas geschikt voor gebruik na 600-800 jaar en moeten na te zijn gekapt ook nog tientallen jaren drogen.
Een tocht van ongeveer 60 km langs kronkelde wegen tussen steile bergen en gedeeltelijk in de wolken bracht ons naar het vriendelijke kustplaatsje Strahan. Het plaatsje ligt aan een prachtige natuurlijke baai, Macquirie Harbour aan de westkust van Tasmanië en is bekend vanwege de eerste gevangenen kolonie op het eiland.
Ook hier zijn we bij een zagerij op bezoek gegaan en kregen daar een demonstratie van het zagen van een Huon Pine boom met een honderd jaar oude trekzaag. Er waren hier ook grote dikke planken Huon Pine te koop om een een tafel van te maken. Helaas was export naar Nederland onmogelijk.
Dicht langs de kust en soms wat meer naar het binnenland zijn we naar Tullah gereden om te overnachten. We zitten aan een prachtig meer met rondom beboste bergen. Volgens de folder van de Lodge zou dit meer vergelijkbaar zijn met Lake Tahoe in Californië en Lake Louise in Canada. In beide plaatsen zijn we geweest, zodat we dit ook op zijn juiste waarde kunnen schatten. Dit meer is misschien iets minder imposant als de beide ander genoemde meren, maar de omgeving is veel natuurlijker, schoner en er zijn nauwelijks toeristen te bekennen.
Vlak voor de Logde bij de waterkant landde er een helikopter. De piloot stond even later een biertje te drinken, ging net als wij aan tafel om wat te eten en vertrok later met zijn vriendin en liet zijn helikopter staan. Later hoorde we dat hij dit bijna elk weekend doet.













Geen opmerkingen:
Een reactie posten