zaterdag 5 november 2011


5 november Cradle Mountain

Bij ons vertrek uit Tullah zagen we in de ochtendzon vier kanovaarders wegvaren voor het volgende deel van hun reis door Tasmanië.



Het doel voor vandaag was het National Park Cradle Mountain. Op ruim 60 km van Tullah ligt de ingang van dit Park. Het is het mooiste natuurgebied van Tasmanië, een gevarieerd landschap met ruige bergen, hoge bossen, moerassen en gletsjer meren. Het was prachtig weer met een strak blauwe wolkenloze lucht en een temperatuur van ruim twintig graden. Een dag zoals die maar zeldzaam voorkomt in Tasmanië.









 Om bij het mooiste punt van het park te komen is er een smalle, soms enkelsbaansweg van 10 km. We kozen er voor om deze gevaarlijke weg met de shuttle bus te doen in plaats van onze eigen auto. In ongeveer 20 minuten reed de bus met een snelheid van maximaal 40 km/h naar het Dove Lake. Vandaar maakten we een wandeling van 6 km rond het meer in ruim 3 uur.  Het smalle pad ging omhoog en omlaag over houten boardwalks, stalen roosters, bruggetjes, rotsen en kiezels. We hadden steeds een prachtig uitzicht op het meer, de bergen, de bomen en de rest van de omgeving.





Dit gras groeit in grote pollen en geeft daardoor een speciaal karakter aan het moerasachtige landschap. Voor het eerst zagen we in dit gebied meerdere wombats van dichtbij.





Na deze wandeling maakten we een tweede wandeling van twee uur naar het Crater Lake en de Crater Water Falls. Het pad gaat deels over houten boardswalks over een moerassig terrein met veel goudgeel button grass. 




Het Crater Lake zelf is gelegen in de krater van een oude vulkaan. De wanden zijn erg steil en slechts voor een gedeelte begroeid. Het water is erg helder en langs de kanten prachtig roodbruine gekleurd door de onderliggende rotsen.




Aan het einde van de dag zijn we in ruim een uur naar Devonport gereden om te overnachten. De weg was steil, smal en er waren (te) veel bochten. De plaats Devonport ligt aan de noordkust van Tasmanië, waar de veerboot de Spirit of Tasmania uit Melbourne dagelijks afmeert.   


Na enig zoeken vonden we 's avonds de weg langs de kust waar zich een pinguïnkolonie bevindt. Hier komen in het donker enkele tientallen kleine pinguïns aan land om te overnachten. Vanaf een klein houten bordes stonden 15 mensen naar de pinguïns te kijken. Vrijwilligers gebruikten speciale schijnwerpers met rood licht, zodat je de pinguïns in het donker goed kunt zien. We hebben verschillende kleine grappige pinguïns aan land zien komen, naar hun nest zien gaan  en met elkaar horen "praten". Het aantal was niet zo groot omdat het broedseizoen net was begonnen en de helft van de pinguïns overdag op het nest blijft. En tot slot kwam er een nieuwsgierige wallibi voorbij gelopen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten